Mensen worden soms in het verkeerde lichaam geboren. (Zo hoor ik er eigenlijk ook uit te zien als Scarlet Johansson ten tijde van The Island, maar helaas.) Stel dat je je een vrouw vóelt, terwijl er toch zo’n vleeskroket met bitterballen tussen je benen hangen. Dat is klote. Met het verkeerde geslacht geboren worden, is voor transgenders een groot probleem en daarom willen ze zich graag het geslacht dat ze zich vóelen kunnen noemen. Dat was voorheen lastig. Heeft er bij de geboorte een piemol aan gezeten? Dan ben je een man, punt. Maar!
In 2014 is er in Nederland een transgenderwet aangenomen waardoor transgenders nu een stuk makkelijker van geslacht kunnen veranderen als ze dat willen. Fijn.
Transgenderwet
Iedereen kan officieel zijn of haar geslacht laten wijzigen, er worden geen medische eisen meer gesteld en er is geen rechter meer nodig. Alleen een verklaring van een deskundige is nog een voorwaarde, dus de drempel is een stuk lager. Dat valt dan ook te zien in het aantal wijzigingen van geslachtsregistratie. Tussen 2007 en 2014 waren er gemiddeld 80 transgenders die in plaats van ‘man’ liever als ‘vrouw’ geregistreerd wilden staan, of andersom. In 2015 waren dat er maar liefst 770, bijna tien keer zo veel! Veel van die geslachtsveranderingen zijn vooral administratief, want ook mensen die (nog) niet in een medisch traject zitten, laten hun geslacht wijzigen. Er zijn nu 1960 Nederlanders die hun geslacht voor de wet hebben laten veranderen. Wat een kleine wetswijziging al niet kan doen.



















