Afgelopen vrijdag was er drie keer paniek, uiteindelijk allemaal om niets. We hebben een anti-terrorismebeleid dat ons klauwen vol met geld kost maar als er ergens iemand met een Kalashnikov staat te zwaaien blijkt dat al die verregaande spionagetoestanden zoiets toch niet kunnen voorkomen. Ook al kennen de inlichtingendiensten de dader al. De focus ligt op de extreme versie van een religie en betrekt dat op de gehele islamitische cultuur – maar wat levert die focus ons nu eigenlijk op en moeten we bang zijn voor moslims?
David Kenning, terrorisme-expert, zegt dat 99,99% van de moslims immuun is voor de ideologie van IS. De meeste jihadisten zijn onder de 24 jaar: in Noorwegen is daarvan 1 op de 3 bekeerd tot de extreme tak van de Islam vanuit een ander geloof (in Nederland is dat 1 op de 6). “Jihadisme is een puberoplossing voor een puberbrein”, stelt hij.
Psychologische problemen bij jongeren spelen een grote rol in radicalisering: 60% van de jihadisten kampt met psychosociale problemen. Oftewel: IS is letterlijk een verzameling ‘verwarde mannen’, zoals de nieuwste ANP-persterm luidt voor alles waar niet direct een labeltje op te plakken is. Een groep gevaarlijke, gestoorde gekken met wapens die hun eigen regels maken en daar een excuus voor hebben dus.
Het kalifaat kan ons leven nauwelijks in gevaar brengen. Maar ze brengen onze manier van leven wel degelijk in gevaar.
En als het aan de bangmakers ligt, krijgen ze daarin nog hun zin ook. Volgens Kenning leidt de huidige aanpak alleen maar tot polarisering en kweekt het terroristen van eigen bodem. De aanpak is volgens hem zonder koerswijziging gedoemd te mislukken.














