U weet vast nog wel hoe banken dat deden: in tijden van voorspoed dikke winsten opstrijken, en zodra het slecht gaat onmiddellijk de hand ophouden richting overheid, met de eis om de tekorten aan te vullen met gemeenschapsgeld. Zo ging het vrijwel geruisloos met de landbouw in de dit land ook, toen ze het nog via hun politieke tak, het CDA genaamd, voor het zeggen hadden.
Inmiddels moeten de boeren er al iets meer moeite voor doen, maar die Pavlov reactie dat de samenleving hun roekeloze ondernemerschap moet financieren is nog altijd verbazingwekkend stupide. Momenteel zijn het weer eens de varkensboeren die lopen te blaten dat ze gratis geld willen van Vadertje Staat en zelfs met keiharde acties dreigen. Nu staan varkenshouders qua intelligentie met afstand op de laagste trap van de agrarische ladder, die maar één oplossing voor alle denkbare problemen zien en dat is: méér varkens houden. Gaat de prijs van varkensvlees omhoog? Méér varkens houden! Gaat de prijs van varkensvlees omlaag? Méér varkens houden!
Schaterlachend storten deze lemmingen van de bio-industrie zich in de schulden om almaar grotere megastallen van meerdere verdiepingen, vaak zo groot als een gemiddeld voetbalstadion, uit de grond te stampen, zonder zich een seconde af te vragen of de markt wel zit te wachten op al die varkens, dan wel andere politieke of maatschappelijke ontwikkelingen die wel eens roet in het eten kunnen gooien. Nee, wie goan méér verkens houwe!
Maar ja, na 2000 jaar CDA zijn ze nou eenmaal gewend dat de staat altijd financieel bijspringt, dus wat zou je je druk maken om ondernemingsrisico? Dat een branche die vergaat van de zwakbegaafden zich thuis voelt bij de Rabobank is dan weer niet zo verwonderlijk. Ruud Huirne, directeur Food & Agri bij de Rabobank, analyseert het probleem:
“…Om te overleven moet de varkensbranche verder moderniseren en verduurzamen. En om die noodzakelijke moderniseringen rendabel te maken moeten we méér varkens gaan houden!…”
*bonk*bonk*bonk*















