Pauw bracht ons afgelopen week onvergetelijke beelden van vloggers uit Zaandam die de buurt rondom de plaatselijke Vomar zouden terroriseren. Ze staan inmiddels bekend als ‘kutvloggertjes’ en hoewel hun laatste methoden doen denken aan een video-variant op Zeikerdje, kunnen we het ook niet over ons hart verkrijgen ze onder die naam door te laten gaan. (Weet je wie er vroeger ook kutbloggertjes genoemd werden?) Deze heren zijn erg bewust van hun emoties, en verdienen een betere naam.
Het leek tot nu toe een Urban legend, de duizenden E.T. games die Atari had begraven wegens te slecht voor woorden. Maar gisteren hebben bouwvakkers in New Mexico duizenden exemplaren van deze draak van een game opgegraven, samen met nog meer ouwe meuk. De game moet zelfs zo slecht zijn geweest dat hij eigenhandig verantwoordelijk wordt gesteld voor de videogame-crash van 1983. Maar gisteren zijn dus 14 (serieus 14!) vrachtwagenladingen van deze game gevonden in de woestijn van New Mexico. Voor Atari destijds een groot drama, want zowel de gaming-business als die van Atari lagen op dat moment volledig op hun gat. Hoe anders is het nu in een tijd waar de budgetten voor game-releases die van blockbuster-films ruimschoots overschrijden. De zoektocht naar de begraven games en de graafwerkzaamheden zelf zijn overigens onderdeel van een binnenkort te presenteren documentaire van Microsoft over de x-box console.
De Volkswagen K70 is een vrij onbekend model hier in Nederland. Het ding is dan ook eigenlijk door NSU ontworpen. Maar vlak voor de introductie op de Autosalon van Genève werd NSU door Audi overgenomen.
Audi besloot om het model niet te gebruiken, waarop Volkswagen het ding onder haar eigen naam op de markt heeft gezet. Een erg groot succes was de K70 overigens niet, want vanaf het moment dat een paar jaar later Audi de Audi 100 presenteerde, was het opkopen en afsluiten voor de K70.
In het totaal zijn er toch nog 200.000 K70’s gebouwd, maar zoals het met veel auto’s uit de jaren 70 is gegaan, zijn er ook niet al te veel K70’s overgebleven. Sterker nog, er zijn er wereldwijd waarschijnlijk nog maar 250. En één van die 250 auto’s is van de Rus Evgeniy, uit het immer pittoreske Omsk, die de K70 vier jaar geleden in relatief goede conditie (voor Russische begrippen) heeft aangeschaft.
Vervolgens is Evgeniy helemaal los gegaan op de K70 en heeft er een intens brute restomod van gemaakt, inclusief een behoorlijke geslaagde air ride modificatie. De restauratie is overigens nogal een uitdagend proces geweest, want er zijn slechts 6 K70’s in Rusland. Het volledige verhaal van deze K70 kun je op Speedhunters lezen, inclusief een gigantische lading foto’s van Vladimir Ljadov.
14.000 Russische vrouwen sterven per jaar door toedoen van huiselijk geweld. Vreselijke statistieken natuurlijk. Maar de politiek in het land van Tsaar Poetin is pragmatisch.
Gewoon niet naar de huisarts gaan met je beurs gebeukte echtgenote, dan is het namelijk geen geweld.
“Tot nu toe viel elk huiselijk geweld onder het strafrecht. Daders konden daardoor 600 euro boete, drie maanden cel of een taakstraf van zes maanden krijgen. Wie nu zijn partner of kind één keer slaat zonder ernstig letsel, kan maximaal 470 euro boete, 15 dagen hechtenis of een taakstraf van 120 uur krijgen.”
Spasíbo, minder geregistreerde gevallen van huiselijk geweld! Het kan zo simpel zijn…. zolang je dit maar niet post op retecool.ru…
Normaal is het antwoord op een dergelijke retorische vraag “nee”. In dit geval kun je daar serieus over twijfelen want hij is echt BRILJANT. The Lincoln Project is hier vaker langsgekomen, een club Republikeinen tegen Trump.
En Indictment Donnie (die vandaag jarig is, hatelijke verjaardag gezellige plofkop!) zou als die hem op de TV langs ziet komen best even een klein bruin streepje in z’n tighty whities kunnen krijgen want het is een briljant in elkaar gefrommelde minuut beeld met ongeveer alle beinvloedingstechnieken die de reclamewereld door de decennia bij elkaar gesprokkeld heeft.
De kerstdagen komen er weer aan, dus u zult zich, mits u wel eens Microsoft Office gebruikt al verheugen op de vragen van de digibete familieleden, omdat u veel van computers weet.
Inderdaad, die blinde haat, maar u heeft nu al ja gezegd tegen gourmetten bij de schoonfamilie, dus tough shit. Gelukkig weet u niet zoveel over Microsoft als de gasten van SkyKick, want die hebben, naast andere software, een Office 365 migratieplatform ontwikkeld, zegmaar cutting edge technologie. (Gratis financiële tip: koop aandelen van ze!). Maar SkyKick dus, die heeft naast veel ervaring met Microsoftproducten, ook inmiddels en helaas noodgedwongen ervaring opgedaan in de rechtzaal.
Comcast heeft hen de moeder gedagvaard, want hun naam SkyKick voor het cloudplatform maakt inbreuk op het merkrecht Sky van hun dochter Sky. Voor wie geen schotel heeft, soort youtube via de lucht en dan amper on-demand. Jaren ’90 technologie zegmaar.
Ze, Sky, hebben bij de registratie van het merk Sky bijvoorbeeld “computer software” aangevinkt bij de toepassingsmogelijkheden. Doen ze natuurlijk niets mee verder, maar toch vinden ze dat SkyKick hun naam moet veranderen. Nog even afgezien van de kleine kans dat er verwarring ontstaat, betoogt SkyKick vooral dat Sky ten onrechte computer software als toepassingsgebied gekozen heeft, althans, dat het veel te ruim gedefinieerd is.
Dat ligt nu bij het Europese Hof en de Advocaat-Generaal heeft z’n opinie daarover afgeleverd en die kan het merkenrecht nogal op z’n hoofd zetten. De AG concludeert namelijk eerst dat hoewel enkel “vaagheid” niet voldoende is om een registratie door te mogen halen, dat als deze bestreden wordt en er is geen goed verhaal bij, dat wel aanleiding kan zijn om de registratie door te halen. Maar bovenal, als je een term/merk registreert zonder de intentie op dat vlak er iets mee te doen kan dat aangemerkt worden als “bad faith”. Als je dus een merk voor zo ongeveer alle toepassingen wil vastleggen maar niets gebruikt enkel om anderen tegen te werken kun je die registratie zomaar kwijtraken als iemand die aanvecht. Hier de tekst van de AG en hier de volledige conclusie, rechts klikken op het icoontje.
Het mag een godswonder heten dat Cody Townsend in bovenstaande trailer voor de ski-film “Days of my Youth” zonder kleerschuren door een soort besneeuwde mega-vagina van basalt naar beneden is gekomen.
Want zeg nou eerlijk: Wanneer je zulke grote en vooral kneiter harde ballen van staal hebt, dan is het toch helemaal niet makkelijk skiën? Die zitten alleen maar in de weg en zijn loodzwaar. Maar wonder boven wonder lukt het hem prima.
Voor Virginia Woolf loop ik liever een blokje om, maar wie is er bang van Pikachu, Tweety, Pooh-beer of minion Stuart? Niemand toch?
Misschien nog eens kijken dan naar de interpretaties van deze snoezelie poezelies door tattoo-artiest Disse86. Volgens hem zien onze helden uit er zonder make up en of op zondagochtend toch wat anders uit. Schoonheid zit in het oog van de aanschouwer:
Jawel mensen, Het is zo ver. Alle problemen in de wereld zijn opgelost dus kunnen we ons weer bezig houden met zaken die er echt toe doen. Zoals het herschrijven van alle Sinterklaasliedjes. Volgens tekstschrijver Paul Passchier kan het ook niet anders. Die liedjes zijn volgens hem, zeker door het pietendebat, toe aan een enorme opknapbeurt. Terwijl het feest volgens Passchier behoorlijk met zin tijd is meegegaan, zijn de liedjes sinds 1850 praktisch onveranderd gebleven, dus moeten ze op de schop. En laten wij nou toch een stelletje ontzettend creatieve bengels zijn en Paul Passchier hiermee gaan helpen. Ik trap hieronder alvast af met het eerste Sinterklaasliedje. U kunt in de reacties aanvullen waar nodig en uiteraard uw eigen creatie ook toevoegen.
Sinterklaasje kom maar binnen met uw Sociaal Pedagogisch Medewerker
Want we zitten allemaal even correct
Misschien heeft U nog even tijd
Voordat U weer naar het zuiden van de Europese unie rijdt
Kom dan ook even bij ons aan
en laat Uw plugin hybride Toyota Prius maar buiten staan
En we overleggen en we eten biologisch en we zijn zo content
Want ook bij ons is geen gediscrimineerde vent
En we overleggen en we eten biologisch en we zijn zo content
Want ook bij ons is geen gediscrimineerde vent
Het volgende is een ingezonden brief van de Goedheiligman. Die lag ineens voor de open haard in de redactiebunker, in de schoen van Ome Mc.
Beste Lezer aan de andere kant van de eerste, de beste schoorsteen die ik kon vinden,
Sint zat in alle ernst te peinzen, hoe hij het dit jaar weer kon veinzen.
Met al die domme narigheid, was hij al jaren de lol kwijt..
Ja, beste lezer, ik denk dat het tijd wordt dat ik u iets ga vertellen. Het is wel mooi geweest. Vroeger, toen was het leuk. Kwam ik lekker met de stoomboot aan en dan vervolgens Piet via de schoorsteen naar binnen sturen om de pakjes af te leveren. Piet heeft er inmiddels wel genoeg van. Niet zozeer omdat er ruzie is om hoe hij eruit ziet, hoor! Dat maakt hem allemaal niet zoveel uit. Kan hij tenslotte ook niets aan doen. Maar ieder jaar komen er minder schoorstenen, en hij verzekert me dat door een CV-buis kruipen echt niet te doen is. Bovendien wordt dan het leidingwater smerig en raakt de ketel verstopt. Hij moet dan ook een beetje lachen om het idee dat Zwarte Piet roetvlekken zou hebben.
Alles verandert, beste lezer. Overal rijden auto’s. Als Piet uit fietsen gaat is hij zijn leven niet zeker. En probeert u maar eens op een paard over het de balkons van grote flatgebouwen te rijden! Dat is niet te doen, hoor… het enige wat er niet lijkt te veranderen, is het weer. Ze hebben het dan over Global Warming. Ja, ammehoela!
“Hoor de wind waait door de bomen, hier in huis waait zelfs de wind. Zou de goede Sint wel komen, nu hij het weer zo lelijk vindt?”
Nou. Nee, dus. Ik word te oud voor die onzin. Op een paard is het geen pretje, met de auto zie je soms geen hand voor ogen en sta je toch bij de minste regen uren in de file en de pakjes leveren we tegenwoordig uit wanhoop maar bij de deur af. Schoenzetten doen kinderen tegenwoordig bij de supermarkt! Ja, dat was een idee van Distributiepiet. Dat was enorm handig, want dan konden kinderen hun cadeau ophalen op een tijd dat het hun uitkwam. Had hij afgekeken van Bol.com! Dat is een ‘webwinkel’. Toen ik vroeg waarom er een winkel spinnenwebben zou verkopen, begon Distributiepiet heel hard te lachen. Hij legde me uit dat dat een nieuwe manier van bestellen was. Ik stond op het punt mijn mijter op te eten.
Nou, en zo zit het dus.. het schoenzetten is een veredeld spinragmodel geworden, de schoorsteen is verdwenen, de pepernoot zal binnenkort ongetwijfeld glutenvrij moeten en het weer is nog steeds waardeloos en koud. Alle oude systemen voldoen niet. Bol en Coolblue leveren sneller cadeautjes af dan ik op Amerigo ooit gedaan heb en de presentatrice van mijn eigen journaal begint eruit te zien alsof ze inmiddels legaal voor mij is om mee te trouwen (en dan ben je oud, hoor). Dus ik weet genoeg. Bedenk maar iets anders gezelligs om December mee te vullen. Misschien zijn jullie dan ook van die toestand om Piet af. Die trouwens niet eens zo rouwig is om een wat lichter kleurtje hoor, want hij houdt er wel van om een beetje resultaat te zien nadat hij in de Spaanse zon heeft liggen luieren.
Nou, tabee, en zing een liedje tot besluit (doe maar een kerstliedje, dan).
S interklaas, wie kent hem niet. Deze retorische vraag wordt al sinds jaar en dag gesteld in het enige Sinterklaasliedje voor volwassenen door de boys van Het Goede Doel. ‘Sinterklaas, Sinterklaas, en natuurlijk Zwarte Piet.’ Nostalgie. Maar. Dit is éigenlijk een retevaag nummer en het heeft (net als alle andere Sinterklaasliedjes) een onwaarschijnlijk stomme tekst. Hoezo? Lees maar mee. Oh, je kent alleen het refrein! Dan zéker verder lezen.
Met Paas
‘Met Paas denk ik aan Sinterklaas en stuur ik hem een kaart.’ Hier gaat ’t al meteen mis. ‘Met Paas’ is helemaal geen Nederlands natuurlijk, maar omdat de Henken een metrum in hun hoofd hadden dat anders na de eerste twee woorden al naar de zak van Sinterklaas zou zijn, werd het ‘Met Paas’. Soit. We gaan verder. ‘Ik schrijf ‘m hoe het met me gaat en groet gelijk z’n paard.’ Dit is nog vrij neutraal, maar in de volgende zin slaat de sfeer om: ‘Ik maak een soort van grapje over de zak van Zwarte Piet (Dubbelzinnigheid, altijd leuk, hoewel het liedje toch echt ‘deeeee zak van Sinterklaas’ heet…), maar Sint heeft ’t dan blijkbaar druk, want antwoord krijg ik niet.’ Hoor je de verontwaardiging over het uitblijven van antwoord en het mild cynische ‘Sint heeft ’t dan blijkbaar druk’? Dat is als tegenwoordig twee blauwe vinkjes zien, maar geen reactie krijgen en dan voor jezelf maar invullen dat degene die je geappt had het wel druk zal hebben. (Ook al weet je donders goed dat dat volslagen bullshit is.)
Op vakantie
‘Wanneer ik op vakantie ga en toch in Spanje ben, dan rij ik even bij ze langs omda’k ze heel goed ken.
Helaas, helaas is Sint nooit thuis, heel soms ’n Zwarte Piet,
die trouwens in z’n vrije tijd opvallend bleekjes ziet.’
Arme Henk krijgt Sinterklaas, die hij heel goed beweert te kennen, helemaal nooit te zien! Wat een teleurstelling. Geen antwoord op z’n kaart met een dubbelzinnig grapje en dan istie ook nog eens nooit thuis. Wat een hork, die Sint. Gauw naar het refrein!
Wie kent ‘m niet
‘Sinterklaas, wie kent ‘m niet. Sinterklaas, Sinterklaas en natuurlijk Zwarte Piet.’ Ik durf er wel veertien netjes met van die chocolademunten op te zetten dat de meeste mensen alleen het refrein kunnen meezingen. Het is een uitstekende oorwurm, dit refrein, want hij blijft hangen als een baas.
Nu komt het derde couplet en het is duidelijk dat Henk en Henk toen echt geen flauw idee meer hadden hoe het liedje verder moest.
‘Elk jaar op 5 december krijg ik al een kleur. Ik weet wat me te wachten staat: een schimmel voor de deur.
Ik heb wat drank in huis gehaald, ontvang ze met een lied, maar ’t ene jaar drinken ze wel, en ’t jaar daarop weer niet.’
Volgens mij waren de Henks tijdens het schrijven van dit nummer allebei katjelam. Ik zie dat dan ook meteen voor me, ken je dat? Die twee kerels van dik in de dertig met een mooie set lege bruine pretpalen om zich heen, schrijfblokje en blauwe Bic op schoot…
Pepernoten
“Komt ie, Henk… Ik heb ‘m! *zingt* Mar-se-pein… en dan gewoon vier keer ‘pepernoten’!”
“Pepernoten?”
“Ja, die horen toch bij Sinterklaas? *zingt* Pepernoten, pepernoten, pepernoten, pepernoten. Hahaha! Komt goed, komen we mee weg.”
“Jezus, Henk, briljant. Haha! Doen we ook speculaas en, eh… suikergoed met die pepernoten, lekker, hahaha!”
“En taai-taai!”
“Taai, taai, taai-taai-taai-taai, whahaha! Jij nog ’n biertje?”
Ik weet het zeker. Zo is het gegaan. Ze hadden ergens na de pepernotendiscussie nog wel een melancholisch momentje toen Henk schreef: ‘De beste vrienden van ons allemaal, voor altijd en eeuwig, altijd en eeuwig, altijd en eeuwig’. (Hoe hadden ze kunnen weten dat het nog maar een jaar of 25 zou zijn?) Hierna ging het echt bergafwaarts, bierwise, denk ik, want de inspiratie was duidelijk opperdepop. Dat merk je aan het laatste couplet, want die is gewoon weer hetzelfde als de allereerste. Lui, hoor. Maar het heeft gewerkt, 29 jaar later komt hij nog steeds op de radio.
Fade-out
Het nummer eindigt na nog vier keer het refrein in een echte eighties fade-out.
Eigenlijk mag het niet meer, hè, deze tekst. Zwárte Piet mag niet meer, dus ook niet in een liedje! We gooien dit retevage nummer dus gewoon op de stapel andere verbannen meuk, waar de jodekoeken en negerzoenen ook liggen te verpieteren. Of we gaan, en dat is misschien een meer voor de hand liggend idee, de tekst aanpassen. Jij mag kiezen: a, b of c
A) ‘Sinterklaas, wie kent ‘m niet. Sinterklaas, Sinterklaas en natuurlijk ook een Piet.’
B) ‘Sinterklaas, wie kent ‘m niet. Sinterklaas, Sinterklaas, maar natuurlijk niet meer Piet.’
C) ‘Sinterklaas, wie kent ‘m niet. Sinterklaas, Sinterklaas, daarom zingen we dit lied.’
In Nederland kennen we het steeds minder populair wordende kinderfeest Sint Maarten, waarbij kinderen met lampionnetjes langs de deuren mogen gaan om snoep te krijgen in ruil voor een liedje. Sint Maarten wordt echter in de commercie allang overschaduwd door Halloween, wat er natuurlijk enorm op lijkt, maar wat willen we nou?
Sint Maarten
Geen hond die eigenlijk weet wat we nou precies vieren met Sint Maarten, dus dat zal ik eens haarfijn uit de doeken doen voor je. (Vooral voor de Limburgers die Sint Maarten als snoepfeest niet eens kennen, vernam ik uit betrouwbare bron.) Het blijkt dus de naamdag van ene Sint Maarten te zijn, die eigenlijk Martinus van Tours heette, maar dat bekt natuurlijk niet. Vervolgens kwam iemand met het lumineuze idee (vat je ‘m?) om het Heilige Vuur rond te dragen als vruchtbaarheidsritueel. Lekker ter zake doend als het gaat om kleine kinderen inderdaad. Dankzij de kerk werd elf november een bedelfeest voor de armen en wie kunnen er het allerbeste bedelen? Honden! Ja, maar die kunnen geen lampion vasthouden, dus dan maar kinderen langs de deuren sturen. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog raakte het bedelstigma een beetje op de achtergrond en werd Sint Maarten vooral een feest voor de kids om snoep binnen te harken.
Liedjes
Als nineties kid kende ik twee liedjes die je kon zingen en die vond ik zelfs als zesjarig krullenbolletje al nergens op slaan.
Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten. De meisjes hebben rokjes aan, daar komt Sint Martinus aan.
Wat een niveau, zelfs voor kinderen. ‘De koeien hebben staarten.’ No kidding. Er zijn legio dieren met staarten en er zijn meer meisjes met broeken aan, waarom precies die info in zo’n liedje stoppen? Ook dat twee keer ‘aan’ vond ik erg lelijk, maar ja, kinderliedjes hè. Het is niet alsof ‘Sinterklaas kapoentje’ ook maar érgens op slaat. Het volgende liedje is dan net iets beter; dat geeft nog zinvolle informatie.
Elf november is de dag dat mijn lichtje, dat mijn lichtje, elf november is de dag dat mijn li-hichtje bra-han-den mag.
De helft van de keren durven de kindjes niet eens te zingen en dan komt er een halfslachtig “… taaten…aan…” uit. En die niet-zingers moet je dan tóch snoep geven EN zeggen: “Nou, goed gezongen.” Nee. Niet goed gezongen, probeer het nog eens opnieuw en dan nu met klinkers! Oh, wat gemeen, Incognito, jij tang, het zijn maar kindjes. Ja, nou ík zong tenminste het hele liedje helemaal netjes uit eind jaren 80, begin jaren 90. Het zal wel een leerproces zijn dan.
Snoep
Nou ja, dan heb je als kind dus gezongen (of niet, en dat maakt dan blijkbaar ook niet uit) en dan krijg je een snoepje. Er werd ook wel eens een gulden in je plastic zak gegooid of een mandarijn, want gezond. Zo’n snotterige mandarijn was dan weer jammer. Wel kon je naar de bakker op de Foarwei, want die gaf een boterhamzakje met verschillende snoepjes erin, geweldig! Ik was trouwens zo’n sneuhaas die geen lampion had. Waarom weet ik eigenlijk niet eens, want die dingen zullen echt niet de wereld gekost hebben. Iets met: “Ach, je loopt er toch maar één keer per jaar mee.” Ik schuifelde dus mee met mijn wijkgenootjes die wél zo’n mooi lampie hadden, maar ik kreeg gelukkig ook snoepjes. Daar word je inhalig van, joh, als kind! Van snoep! Ik althans, maar ik was en blijf een enorme snoepkont. Thuisgekomen bekeek je dan gretig de ‘winst’ van zuurtjes, lollies, miniMarsjes en ander lekkers. Zo’n driekwart daarvan kwam niet eens op en werd dan een maand later als één grote suikerige klont de kliko in gemikt.
Halloween
Heden ten dage (eindelijk kan ik die frase eens inzetten) zie je al in augustus niet alleen pepernoten maar ook allerlei Halloweenmeuk in de schappen liggen. Heksenoutfits, pompoenen met boze gezichtjes en schedels. (Dát is namelijk niet schadelijk voor de tere kinderzieltjes die we op alle fronten proberen te beschermen.) Ik begrijp zelf de clou niet helemaal, want met Halloween (31 oktober) gaat geen enkel kind verkleed langs de deuren om “Trick or treat!” te roepen. Toch? Volgens mij is het de bedoeling om een voorzichtige ruil in te zetten zodat Sint Maarten vervangen kan worden door het iets creatievere Halloween. En ik snap dat. Met Halloween kun je in elk geval nog verkleed gaan, wat is er nou leuker voor kinderen! Verkleed mogen, níet hoeven zingen én snoep krijgen! Helemaal puik. Ik stel om het toch een beetje muzikaal op te leuken een nieuwe tekst op De koeien hebben staarten voor:
Halloween, Halloween, laat mij snel dat snoep eens zien, dan steek ik je niet neer misschien, hallo-, hallo-, Halloween.
Het zal je wellicht niet ontgaan zijn; onze min-pres Mark heeft in Zomergasten een boekje open gedaan over zijn privéleven. Wat echter het meest opviel, aldus diverse media, waren zijn opmerkingen over zijn liefdesleven, of eerder het gebrek daaraan.
Mark heeft sinds zijn studietijd geen relatie meer gehad, wat op zijn zachtst gezegd opmerkelijk wordt gevonden door de meeste mensen. Waar Jantje-Peter nog verbaasd werd aangekeken omdat hij, harkerige Harry Potter met een nasaal stemmetje, getrouwd was met een bloedmooie vrouw, wordt Markie vreemd aangekeken omdat hij überháupt geen relatie heeft. Huisje-boompje-beestje staat in Nederland hoog, hoger, het hoogst in het vaandel en als een politicus daar dan niet aan voldoet, ontstaat er error. Dat iemand op het pluche ervoor kíest om solo door het leven te gaan, is dan kennelijk vreemd.
Single zijn lijkt het nieuwe gay te zijn geworden. Onze Mark noemt het zelf ‘het laatste taboe’, maar dit klopt niet, want aan singles wordt júist gevraagd waaróm ze single zijn en of ze alweer een nieuwe vlam hebben. Men krabt zich dus op het hoofd als je geen verkering hebt. Ben je dat bewust of kun je gewoon geen relatie onderhouden met je sneue hoofd? Wat doe je dan in sliertsnaam ’s avonds en in het weekend? Heb je wel eens zo’n datingsite geprobeerd? Echt, je kunt tegenwoordig beter flamboyant gay zijn mét een relatie, dan heteroseksueel en single, op de aangekeken-worden-meter, want single is raarrr. Kennelijk.
Dat niet iedereen zin heeft om in het weekend samen met man- of vrouwlief Finn of Wende, of hoe die kinderen tegenwoordig allemaal heten, met de, *kots*, stationwagen naar hockeyles te brengen, maar liever op de bank hangt met bier en een goeie serie is misschien inderdaad wel een taboe. Tuurlijk kan het puik zijn om met iemand sámen die serie te bingen en dat bier te drinken, alvorens passievol de liefde te bedrijven, maar dat is niet voor iedereen een noodzaak. Voor onze Mark in ieder geval niet, waardoor hij meer tijd heeft voor andere supernuttige dingen, zoals bij Zomergasten laten zien hoe oerHollands normaal hij uiteindelijk is, zodat we in maart op hem gaan stemmen.
Dingen lopen zoals ze lopen. Ik heb een heel gelukkig leven, ik heb een compleet leven, ik ben écht gelúkkig, en in balans.
Als je op nationale televisie zó duidelijk moet zeggen dat je als single toch heus, absoluut, zekerste weten, reken maar, écht écht gelukkig bent, en de media dondert er vervolgens kwijlend van genot overheen, hangt er duidelijk een weird-ass stigma rond vrijgezelligheid. Misschien wordt het tijd om singles niet te zien als outcasts, (iedereen is immers op een bepaald moment vrijgezel geweest), maar gewoon te snappen dat iedereen anders in elkaar zit en dat, inderdaad, dingen lopen zoals ze lopen.