“Conrad, Conrad? Conrad Lehmann!” Als ik mij van de bar omdraai aanschouw ik twee uitzonderlijk grote vrouwen, meer dan 1 meter 90, net geen meisjes, die me eerst verwonderd en daarna verontschuldigend, verlegen aankijken. Het valt me direct op dat ze elkaars exacte evenbeeld zijn, een tweeling. De huid lichtbruin, bijna geel, lange armen bungelen langs hun net iets te tengere, slungelige lijven. Ogen, waarvan de oogleden zo klein van zijn dat het lijkt alsof ze die constant tot dunne spleetjes hebben dichtgeknepen, alsof ze tegen de wind inlopen. Dunne lippen, die als ze door de verwarring eventjes lachen, hun voortanden onthullen, voortanden die net iets te groot zijn. Maar beiden zijn gekleed in getailleerde crème naaldkanten jurkjes, waarin de fijnste motieven zijn verwerkt. In weinig verhullende jurkjes die pas bij de dijen beginnen, net onder de ronde billen. Uiterst gewaagde jurkjes. Zowel het linker als het rechter meisje draagt een drie maal omgeslagen parelketting. Het lange aaneengeregen snoer dat zachtjes tikkend, dat over de bijzonder laag uitgesneden halzen, tussen de kleine, pronte boezems bungelt. Zowel de linker als de rechter draagt in het glad naar achter gekamde gitzwarte haar een zilveren tiara, bezet met briljanten.