In de Telegraaf worden de lovende woorden van Joop van den Ende en Frits Spits geciteerd. Zijn vertalingen worden geroemd. “…Hij zorgde ervoor dat de teksten weer als nieuw klonken.” Mogen wij even overgeven? Ook Minister Bussemaker noemde Gaaikema “een taalkunstenaar”. O ja joh? Wacht, ik pak er even de bladmuziek van Miss Saigon bij… Het refrein van “Last night of the World” vertaalde hij als volgt:
“Heel zacht, klinkt door de nacht een saxofoon.
Die jazzy deun verdrijft gedreun
van oorlog en maakt liefde weer gewoon,
melodieus en monotoon.
Ik dans met jou en hou je vast, Als was ’t vannacht de allerlaatste nacht.”
Allereerst: Saxofoon kun je niet zo heel zacht spelen. Toegegeven, dat “heel zacht klinkt door de nacht” is in de 2012-versie “vannacht klinkt onverwacht” geworden, maar dan nog. Zelfs als je stevig doortoetert win je het qua verdrijven niet van oorlogsgedreun.
Erger is dat “Melodieus en monotoon”. Een saxofoon is godverdomme geen didgeridoo! En wat is er romantisch aan monotoon? “Het is zo’n mooie nacht! Door de ééntonigheid verlang naar levenslange sleur met jou.”? Er zijn zoveel woorden die rijmen op *oon, dat een echte taalkunstenaar er wel wat op had moeten kunnen verzinnen.
En zo kan ik nog wel even doorgaan.












