De barkeeper kijkt me scheel aan. Zijn linkeroog is wel in orde, het rechter is lichtgroen en dof. De oogbol is rood doorbloed en gedraaid in een vreemde hoek. Het is alsof het in een diepe leegte staart. Vanaf boven de oogkas, bij de wenkbrauw, tot de mond, loopt over de wang een diep litteken in de vorm van een een sikkel. Het is nog vers. Kleine vlekjes van geronnen bloed verraden waar eerst nog hechtingen zaten. Aan het onderste einde van het litteken begint een dun lichtgrijs snorretje, een zorgvuldig onderhouden streepje dat streng de bovenlip markeert. Zijn gezicht lijkt doorleeft, en hoewel ik de man op maximaal veertig schat, is het gebruinde gezicht naast het litteken behoorlijk getekend door rimpels. Zijn rode buis draagt hij over een helwitte blouse met de mouwen tot net onder de ellebogen zorgvuldig opgerold. Over zijn rechterschouder hangt een groen geblokte theedoek. Om zijn linker pols, flink behaarde stevige armen, draagt hij een Baume & Mercier Lemania. Het horloge is naast erg kostbaar ook waterdicht, want de barman neemt de moeite niet om het uurwerk af te doen wanneer zijn handen onderdompelen in het water waarmee hij het glaswerk schoonmaakt. Ik bemerk dat ik te lang zit te staren, een domme fout, bijna een beginnersfout, en zoek haastig het linkeroog op. Maar schijnbaar heeft hij het door. Uiteraard heeft hij het door. Mensen zoals ik zijn te onderzoekend, té vragend, té nieuwsgierig. Mensen die iets te verbergen hebben, of liever niet hebben dat je ze teveel met hun bemoeit, mensen die er niet van houden dat je te dichtbij bij ze komt, die merken dat op. “Wat kan ik voor u inschenken, monsieur?” Hij spreekt perfect Frans, weliswaar Frans met een accent, een Arabisch accent. Zijn hagelwitte tanden glinsteren in het gouden licht van de bar. Hij lacht vriendelijk. Zijn linkeroog wijd open, het rechter nog steeds ver weg in een diepe leegte ergens achter mij. “Eén-derde Gin, een droge, één-derde Apricot-Brandy en één-derde Calvados, goed geschud en géén ijs, s’il vous plaît”. De barman lacht terwijl hij het water van zijn handen veegt: “Évidemment!”. Hij droogt de handen met de theedoek op zijn schouder.