Vanmorgen verscheen op een marketingblog een artikel door Jolien Eijsink over een factuur van de Stichting Reprorecht. Stichting Reprorecht stuurt namelijk lukraak facturen naar bedrijven die moeten betalen voor het totaal oncontroleerbare kopieergedrag van personeel op basis van een verschrikkelijk vage definitie van wat kopieren precies inhoudt. Nu kun je daar van alles van vinden op basis van goede argumenten, maar “Krijgen alle bibliotheekbezoekers ook zo’n factuur? Of gaan de inkomsten van de bibliotheek ook naar de schrijvers, illustrators en fotografen?” als argument opvoeren is daar niet één van. Want daar is de Stichting LIRA dus voor, die dat inderdaad bijhoudt en dat bovendien een stuk beter en eerlijker doet dan de Stichting Reprorecht, die gewoon een of andere obscure verdeelsleutel op basis van het Reglement Uitkeringen hanteert. Wat overigens gewoon op de side staat, dus de vraag “Daarnaast, hoe gaan ze ooit die € 18,11 eerlijk verdelen onder al die onzichtbare auteurs?” is er nogal eentje naar de bekende weg.
Daarbovenop klaagt Jolien, copywriter bij Van Diemen Communicatiemakelaars, over de manier waarop de factuur vergezeld wordt van begeleidende communicatie: “Gezellig opgevuld met een fris paars kleurtje en serieus kijkende poppetjes, want poppetjes maken natuurlijk alles aanvaardbaar en geloofwaardiger.” Niet om het één of ander maar je noemt jezelf een communicatiemakelaar. Als er iemand niets mag zeggen over ongeloofwaardige manieren van misrepresentatie ben je het zelf. Zo staat jullie side vol “producten” die eigenlijk diensten zijn, en zegt een “Communicatiemakelaar nooit nee”.
OWRLY? Wat noemen jullie een bezwaarschrift sturen dan? Gezellig een bakje thee drinken terwijl je babbelt over een factuur die je toch wel gaat betalen? In de commentaren mag u uw eigen vragen stellen waar de Communicatiemakelaars geen nee op zouden zeggen. De vraag over Dijkie is al beantwoord, dat spreekt voor zich.