Nederland besteedt elk jaar rond de 0,7% van het bruto nationaal product aan ontwikkelingshulp.
Dat was 0,8%, maar wegens bezuinigingen is dat jaren geleden al verlaagd naar 0,7%. Daarmee is Nederland relatief gezien overigens nog steeds één van de meest vrijgevige landen binnen de Verenigde Naties, want het gemiddelde staat op 0,55%.
Maar aangezien we momenteel met een enorme instroom van nieuwe asielzoekers kampen, wil het kabinet een deel van die ontwikkelingshulp gebruiken om daarmee de stijgende kosten voor asielopvang te financieren. Anders zitten we namelijk met een nogal flink begrotingstekort. In het totaal wil het kabinet de komende jaren 1,1 miljard euro uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking trekken. Dat is voor partijen als de PvdA en GroenLinks onaanvaardbaar, omdat Nederland daarmee zelf “de grootste ontvanger van haar eigen ontwikkelingsgeld” wordt.
Dat lijkt inderdaad wat krom te zijn, maar feit blijft dat de enorme aanwas van asielzoekers in Nederland ergens mee bekostigd moet worden. Je zou heel eenvoudig kunnen stellen dat als er meer asielzoekers hierheen komen, dat er dan in de landen waar deze asielzoekers vandaan komen minder ontwikkelingshulp nodig is, maar uiteraard is het niet zo simpel.
Liesje Schreinemacher, Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, begrijpt de kritiek en gaat nog kijken welke projecten voor ontwikkelingssamenwerking geschrapt gaan worden en daar is vast wel wat ruimte voor. Zo is bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking voor Indonesië pas in 2020 gestopt. En laten we wel wezen, Indonesië is nou niet echt het schoolvoorbeeld van een onderontwikkeld derde wereld land.
Dat brengt ons op de stelling van de dag: “Geld voor ontwikkelingshulp inzetten voor asielopvang is een puik idee“. Want linksom of rechtsom, het geld zal toch ergens vandaan moeten komen. Eens, oneens, of een volledig andere mening toegedaan? Plemp het in de reacties.

Aan het laden ...