Op een ochtend, ergens tussen de eerste koffie en de tweede vergadering, bleek de stad iets anders van plan. Uit een kantoorgebouw aan een verder onopvallende straat kronkelden felgekleurde tentakels naar buiten, alsof het beton zich had verslikt in een zeemonster.
Een paar meter verderop staarde een boom met twee enorme ogen over het plein, geduldig en zonder schaamte. En midden op het zebrapad lag een bananenschil van epische proporties, dreigend en komisch tegelijk. Niemand had een uitleg gekregen. Er hing geen bordje met een boodschap, geen tekst die het geheel in keurige zinnen vatte. Toch vertraagden mensen hun pas. Een man in pak hield even stil. Een vrouw met boodschappentas kneep haar ogen samen, alsof ze wilde controleren of dit echt gebeurde. De stad, die doorgaans niets anders doet dan faciliteren en functioneren, leek plots een eigen wil te hebben.





Filthy Luker had toegeslagen. Of beter: hij had de stad even geleend en haar iets teruggegeven wat ze lang niet had laten zien: humor, zeker, maar ook iets anders. De tentakels die uit muren braken, leken niet alleen speels, maar ook onvermijdelijk, alsof onder het asfalt iets groeide dat zich niet langer liet negeren. De boom keek terug, niet dreigend, maar aandachtig. Alsof hij eindelijk de rollen had omgedraaid.
Tegen de avond waren er honderden foto’s gemaakt, werd er gelachen, gewezen, gefluisterd. En terwijl de installaties daar hingen, tijdelijk en kwetsbaar, veranderde er iets subtiels. De route van A naar B was niet langer vanzelfsprekend, er zat een haakje in de routine. En zelfs wanneer de tentakels weer verdwenen en het zebrapad zijn onschuld terugkreeg, bleef er een vermoeden achter. Dat de gevels misschien niet zo stil zijn als ze lijken, dat de stad, als ze wil, kan terugkijken.
All photos - © Terry Rook - Glance Image

Steent!
Heerst!