Eeuwenlang was de verkoudheid onze meest hardnekkige metgezel: zelden levensbedreigend, altijd hinderlijk, en opvallend trouw. We kregen grotere monsters klein, maar dit micro-gedoe bleef terugkomen alsof het recht van overpad had.
De kosten zijn bekend: volwassenen pakken ‘m meerdere keren per jaar, kinderen nog vaker, en de schade bestaat vooral uit verloren concentratie, gemiste dagen en het interen op de permanente voorraad faptissues in elk huishouden. Het is de ziekte die niet spectaculair genoeg is voor paniek, maar wel efficiënt genoeg om de planning te saboteren.
De wetenschap deed wat de wetenschap doet: barrières bouwen (neus), ontsteking remmen (keel) en dromen van brede vaccins die niet voor elke variant apart hoeven te bestaan. Want dat is het irritante aan rhinovirussen: er zijn er veel, en ze gedragen zich alsof “diversiteit” hun core value is.
Tot zover de situatie heden ten dage. Maar wat als je het virus niet wegduwt… maar herontwerpt?
[koorstdroom]
En zo slaagde “de wetenschap” erin het verkoudheidvirus zo aan te passen dat het je niet langer ziek en ellendig maakt, maar juist opvallend opgewekt. Niet euforisch op een zorgwekkende manier, eerder: helder hoofd, lichte energie, en de mysterieuze bereidheid om die ene taak eindelijk af te ronden zonder innerlijk gegrom. De keel kriebelt nog wel, maar meer als een notificatie: “Je draait nu op versie 2.0.”
De klassieke verkoudheid is effectief, maar suboptimaal: je maakt iemand ellendig, die blijft thuis, zegt afspraken af en verspreidt minder. Prima strategie, maar weinig ambitieus. De nieuwe variant koos voor schaalbaarheid: hij maakte de gastheer sociaal. Mensen met een gewone verkoudheid sturen appjes met “ik pas even”. Mensen met de geluksverkoudheid denken: “Zal ik toch even langsgaan? Goed voor de band.” En hup, daar gaat je R-getal, maar dan met een glimlach.
Het virus werd dus succesvoller door minder schade te doen. Dat is het soort ironie waar je bijna respect voor krijgt.
Medisch is het in deze fantasie allemaal keurig. Cultureel wordt het spannend. Vergaderingen worden draaglijker. Mensen luisteren echt. LinkedIn krijgt een vriendelijkheidsprobleem. Commentsecties sterven uit door een gebrek aan woede. En ergens, heel diep, knaagt een ongemakkelijke vraag:
“Als iets besmettelijk is en je functioneert er beter door dan door koffie… bestrijd je het dan nog? Of ga je het reguleren, doseren en belasten?”
In dat universum eindigt de oorlog tegen de verkoudheid niet met een overwinning, maar met een compromis: we maakten van een hinderlijke vijand een prettige symbiose.
Zulks viel mijn koortsachtige hoofd binnen, terwijl ik het snot tegen het plafond nieste.
[/koorstdroom]
