Muzikaal gezien plaats ik mezelf in het Goddamned Rock ‘n’ Roll-hoekje: simpele, rauwe muziek uit de onderbuik, terug te herleiden tot de Blues. En mรฉรฉr nog dan muziek is het een way of life. Ik heb dan ook een diepgaande afkeer van wat ik Kunstacademie-muziek noem, van die zielloze, bedachte confectiemuziek, art for art’s sake. Als Acda en De Munnik U lief is kunt U beter nu stoppen met lezen.
De overtreffende trap van Kunstacademie-muziek is in mijn ogen Kleinkunst. Dat woord alleen al bezorgd me rode jeukbultjes op hele vervelende plekken, en staat voor mij gelijk aan oubollig beschaafd AVRO-amusement. Muziek waar je oma naar luistert.
Acda en De Munnik hebben beiden de Kleinkunstacademie gevolgd, en elkaar daar ook leren kennen. Nou studeerden er lang geleden nog wel eens fijne artiesten af, zoals Boudewijn de Groot en Ramses Shaffy. Dat zijn mannen die er toe doen, omdat ze iets te zeggen hebben. Ze hebben een mening, vooral over de burgerlijkheid, en willen die met de wereld delen. Het zijn mannen met echte emoties: woede, verdriet, vreugde.
Het probleem met Acda en de Munnik is precies dit: ze hebben geen mening en zijn volkomen emotieloos. Serieus: ze hebben letterlijk nergens een mening over. En van zich afzetten tegen de huiselijke, burgerlijke moraal, zoals hun voorgangers dat deden, is dus ook geen sprake. Erger nog: Acda en De Munnik prediken juist de huiselijke, burgerlijke moraal als iets dat nagestreefd moet worden. Dus niet treuren over je Vinex-bestaan: Acda en De Munnik geven je een aai over je bol, en zeggen je dat het goed is. En waar Rock ‘n’ Roll artiesten al jong met een naald in hun arm in de goot eindigen, zo eindigde Thomas Acda als middelbare bierbuikdrager in een Lidl-reclame. Hoe burgerlijk wil je het hebben?
Acda en De Munnik is net zo min kunst als die zwart-wit foto-reproducties bij Ikea: het is vlees noch vis, het stoort niet, het schuurt niet, het is hooguit “wel mooi”. Beetje jammer van je Kleinkunst-opleiding als je niet verder komt dan dat niveau. Alsof je de koksopleiding gedaan hebt om vervolgens alle dagen frikandellen te gaan staan bakken. Het is muziek als een Big Mac: junkfood voor je oren. Met pretentieuze teksten die -als je ze goed leest- het literaire gehalte hebben van een reclamefolder, die eigenlijk neerkomen op “there’s no place like home“. Want zo groot is hun benauwende bubble: de vier muren van het veilige thuis, met hooguit uitstapjes naar het park en uiteraard de kroeg. Teksten die je op bordjes in de Xenos terug kan vinden.
Wat ze te vertellen hebben in hun zouteloze en seksloze liedjes is net zo wereldschokkend als wat je collega’s op maandagochtend bij het koffie-machine weten te melden. Het is allemaal net zo’n holle gebakken lucht als de niemendalletjes van Coldplay. Ideale muziek voor in supermarkten en winkelcentra, zodat de massa gerustgesteld meedeinend op deze botergladde softpop-klanken hun geld zal uitgeven.
Al met al geen wonder dat ze op hun debuutalbum op de proppen kwamen met de oer-Hollandse naam “Henk”, later nog afgewisseld met “Herman”, om de “gewone man”, de ultieme burger die ze bezingen, nog extra te onderstrepen met de meest gewone naam die denkbaar is.
Mijn aversie tegen dit duo ontstond in de ICT kantoortuinen van de jaren ’90, waar tal van nerdy sociopaten plots een respectabel deel van het kantoor gingen uitmaken, en ook serieus geld gingen verdienen. Bij gebrek aan een goed ontwikkelde gevoel voor smaak kochten ze zwart-wit foto-reproducties bij Ikea, namen hun vriendin mee uiteten bij de McDonald’s en kochten CD’s van Acda en De Munnik.
Dit artikel verscheen eerder op ondergewaardeerdeliedjes.nl









Dus heeft RC Juridisch een nieuw Woo verzoek de deur uitgedaan, dit keer naar het Ministerie van EZK, met eigenlijk drie punten:


















